Warm

Het zat hoog. Heel hoog. Jeanne vond dat ze het er niet bij moesten laten. Karel (doopnaam Carolus) vond het ook. Maar konden ze hun kruistocht niet aanvatten
op een andere dag? Hij was net goed opgeschoten met zijn kruiswoordraadsel.

 ‘Wrevel. Wrevels,’ mompelde hij.

‘Wat zegt ge?’ riep Jeanne door het keukengat.

Wrevel,’ herhaalde hij weer, ‘maar dat kan niet, want het eindigt op ‘en’. Acht, negen, tien letters en  e-n’ op het eind, da’s alles wat ik heb. ‘E-n’ da’s een meervoud of een werkwoord.’ 

‘Ongenoegen,’ zei Jeanne wat bars. Met zijn balpen telde Karel de vakjes. Nauwkeurig maar met vederlichte druk vulde hij de letters in om ze nadien met een wat beverige hand vet te overtrekken. ‘Als ik u niet had,’  zei hij liefdevol.

‘Gaan we dan nu? Dan zijn we er vanaf,’ drong Jeanne aan.

Ingegeven door een vlaag van vergeten verliefdheid gooide hij de krant de lucht in, duwde hij zichzelf zo goed en zo kwaad het kon gezwind de oude lederen fauteuil uit
en gaf hij Jeanne een pets op haar achterwerk.

‘Auw!’ speelde Jeanne en ze knipperde met haar ogen. ‘Doe uw zomerfrak maar aan, Karel,’ gebood ze, ‘het kan daar warm zijn. Die lampen staan daar altijd zo fel.’

Terwijl Jeanne haar verse permanent schikte voor de spiegel in de gang , liet Karel weten dat hij zijn jas niet vond.

‘Naast die lichtblauwe van mij. Die lange. En ge hebt uw schoenen ook nog niet aan, zie ik. Komaan, Karel, maakt wat voort.’

Even later stonden ze op de stoep. Hun harten begonnen in gelijke kadans te slaan. Ze spraken niet. Daar waren ze te nerveus voor. Bij elke stap voelde Karel zijn
benen zwaarder worden. Hij vroeg zich af of zijn leeftijd daar voor iets tussenzat of eerder zijn tanende stoutmoedigheid. Hij zou zijn Jeanne wel bijstaan,
dat stond buiten kijf.

Om wat tijd en moed te verzamelen deden ze eerst hun rondgang langs glimmende kandelaren, felgekleurde paraplu’s, rubberen ovenwanten en een stapel afgeprijsde wc-matjes.

‘Past toch op,’ siste Jeanne. ‘Dat lag bijkans tegen de grond.’ Ze kon het trillen van haar hand niet bedwingen toen ze de bekers met het opschrift ‘mijn oma is de leukste’ en ‘mijn oma aan de top, dit is haar kop’ op een veiliger plaatsje schoof. Ze had toch graag kleinkinderen gehad, bedacht ze nog maar eens.

Karel had al gevonden wat ze zochten. ‘Was het nu deze maat of deze?’

‘Die,’ zei Jeanne zonder aarzelen.

‘Zeker?’ vroeg Karel.

Jeanne wierp hem een blik toe die Karel herkende als een teken om niet verder aan zijn vrouw te twijfelen.

Met zijn tweeën bleven ze een tijdlang naar de matzwarte thermos kijken. Ze paste perfect in Karels handgreep. Zonde toch.

Alsof Jeanne hun pasgeboren kleinkind in de arm hield liepen ze met de kan naar de kassa. Jeanne hapte naar adem. Een nanoseconde wierp ze een oog op Karel die
haar met een bijna onzichtbaar hoofdknikje liet weten dat hij wel geloofde dat het goed kwam.

‘Wel,’ begon Jeanne, ‘wij hebben hier vorige week zo’n thermos gekocht. Niet deze dus, maar dezelfde. Deze hier hebben we juist uit het rek gepakt om u te laten zien welke we dus gekocht hadden.’

‘Ja?’ De kassierster had niet veel zin in het vervolg van het spannende verhaal.

‘En wij hebben dus vastgesteld,’ vervolgde Jeanne met iets meer verbetenheid, ‘dat ze niet warm houdt.’

‘Dat ze niet warm houdt’ herhaalde de kassierster monotoon.

Jeanne keek met lichte wanhoop naar Karel, die zijn echtgenote bijviel. ‘Het is wel een thermos hé, madam. Een nieuwe. Vorige week nog maar gekocht. Hier. In deze winkel.’

 ‘En wat is uw vraag nu eigenlijk?’ De kassierster was getraind op volharding in gebrek aan belangstelling.

Karel wilde wel het vervolg inzetten, maar hij wist niet hoe. Na een korte pauze hervatte Jeanne: ‘Wel, we hebben die thermos gekocht en we hebben direct gemerkt dat onze koffie niet warm bleef. Thee ook niet trouwens. Niks eigenlijk.’

Karel, ingenieur op rust, keek naar de punten van zijn schoenen. Zoveel informatie leek hem niet nodig. Maar goed, een vrouw had blijkbaar altijd meer woorden nodig. Zeker die van hem.

‘Maar u hebt die thermos dus al gebruikt?’ stelde de winkelbediende vast.

‘Ah ja,’  zeiden Karel en Jeanne op hetzelfde ogenblik, ‘anders hadden we niet geweten dat ze niet goed marcheerde, hé madam.’  Ze lachten zwakjes.

De kassierster klaarde op. ‘Aha!,’ stelde ze vast, ‘maar als jullie ze al gebruikt hebben kan ik ze  natuurlijk niet ook niet meer terugnemen.’ Alsof die reden nog niet helemaal volstond voegde ze er nog aan toe: ‘Ik heb die thermos trouwens al zot verkocht en er is nog niemand over komen klagen.’

Jeanne was vastbesloten om niet zonder compensatie de winkel te verlaten. ‘Een thermos moet warm houden. Deze houdt niet warm. Misschien zijn er andere mensen die hun koffie graag lauw drinken, maar wij niet. Wij willen hem heet. Van alle thermossen die wij al gehad hebben is dit de slechtste. Wij hebben nog vanzeleven niet één thermos gehad die zo slecht warm hield. Hé Karel,’t is toch juist wat ik zeg of niet?’ 

Karel knikte plechtig.

Verveeld begon de kassierster naar de wachtende klanten te kijken. ‘Ik moet die andere mensen helpen,‘ zei ze plichtsbewust, ‘ik kan echt geen goederen terugnemen die al in gebruik zijn genomen. Als ge nu nog zoudt zeggen dat ge er alleen warm water in hebt gedaan. Ge moet dat altijd eerst testen met water hé.’

‘Dat hebben ze ons niet gezegd. Karel,hebben ze ons dat gezegd. Er is van geen water gesproken. Nee toch hé?’

Wilt ge dan deze kopen en nog eens proberen?’ ging de winkeljuf ongeduldig verder.

‘Ah nee,’  zei Jeanne, die niet van plan was om zich een tweede keer te laten naaien door deze retailer, en tot Karel: ‘Kom, we zetten die terug.’

Met tegenzin sloften ze weer naar buiten. Jeanne liep met gebogen hoofd.

 ‘Komaan,’ zei Karel, ‘ we hebben het toch geprobeerd hé. Ge hebt dat goed gezegd, Jeanne.’

‘Goed gezegd, goed gezegd,’ bromde Jeanne verder, ‘maar vanavond is het weer kouwe koffie.’

 ‘Weet ge wat,’ zei Karel, ‘ we gaan er ene drinken. Op het terras van De Drei Konijntjes. Da’s lang geleden.’

 ‘Ja,’ zei Jeanne, ‘da’s lang geleden.’  Ze hield de pas in. ‘Malicieus,’ zei ze, ‘’t is malicieus!’

‘Stopt er nu maar over, Jeanne, er zijn nog thermossen in de wereld. En naar die winkel hoeven we ook niet meer te gaan.’

‘Néé,’ zei Jeanne nadrukkelijk, ‘dat woord dat ge daarstraks nog zocht, met die ‘c’ in, voor ‘kwaadwillig’. ’t Is ‘malicieus.’’

 

1 reactie

Opgeslagen onder Anekdotes

Een reactie op Warm

  1. inge

    Elise, schitterend, is dit een waar gebeurd anektdote of verzin jij die?
    Zo zalig!!!

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s