9 februari 2010
‘Onno, als straks die sandwich met kaas op is, wacht er nog een verrassing.’
Pim brengt op zondag af en toe een extra zakje mee van de bakker. Chocoladebroodjes of croissants. Of een beetje van allebei. De hoeveelheid is grillig en dus ook voor mij altijd een surprise.
‘Een verrassing?’ klinkt het blij.
‘Ja, hoor,’ beaam ik en ik ritsel plagerig met wijs- en middelvinger tegen het zakje.
Onno (bijna 4 jr) beweegt zijn wenkbrauwen samenzweerderig en doet een beet in zijn sandwich.
‘Wil je al eens naar de verrassing kijken?’ wil ik het tempo van zijn hap wat opdrijven.
Hij slikt zijn hap door en vervalt in zijn gebruikelijke sérieux:
‘Nee nee, niet doen. Dan is het geen verrassing meer!’
9 februari 2010
Onno (volgende week 4 jr) speelt met een elastiekje. Omdat ik als pretbederver in de wieg ben gelegd wijs ik hem op de gevaren.
‘Je mag dat nooit hard om je vinger winden, zo’n elastiekje.’
‘Waarom niet?’
‘Weet je nog dat ik heb uitgelegd hoe we ons bloed nodig hebben om te leven? Overal in ons lichaam stroomt bloed. Kijk hé…’
Terwijl ik het elastiekje om mijn vinger wind zeg ik een paar keer nadrukkelijk ‘au’ om mijn verhaal kracht bij te zetten.
‘Kijk, het bloed kan nu niet meer weg, want ik heb mijn vinger afgebonden. Dat mag je echt niet doen. Je kan dan op de duur je vinger niet meer bewegen.’
Onno is onder de indruk.
‘Mama, dan stroomt er in je haar toch geen bloed hé, want meisjes doen soms staartjes daarin.’
24 januari 2010
‘Mama, waarom moet je eigenlijk douchen als je al juist in het bad bent geweest?’
(Onno, 3 jr 11 mnd, na twee uur plonsplezier in Zwembad De Waterperels in Lier)
24 januari 2010
Vader: ‘Wohooo, zullen we eens meespelen met de lotto? Je kan honderd miljoen euro winnen! Joehoe!’
Moeder: ‘Wohooo, wat je daar allemaal niet mee kopen kan!’
Vader: ‘Woehoe, wel vijftien coole auto’s!’
Moeder: ‘Wel vijftien mooie –joehoe- vakantiehuisjes –joehoe- op de Bahama’s! Joehoe’!
(zoon, bijna 4 jaar, kijkt ondertussen afwisselend naar moeder en vader alsof er een wedstrijdje tafeltennis aan de gang is).
Vader: ‘Woehoe, wat is dàt veel geld, zeg!’
Moeder: ‘Wat zou jij dan graag willen, Onno?’
Zoon (licht geërgerd om zoveel drukdoenerij): ‘Zoveel euro’s heb je toch niet nodig.’
17 januari 2010
‘Mama, Yannis en Liam doen mij pijn en Moni zegt dat ik een kaka ben en ook een pipi, maar ik ben geen kaka toch hé mama en dan heb ik dat gezegd en Jelle heeft mijn koekjes achter het huisje gegooid en toen heeft Moni ook gezegd dat ik een politie ben, maar vandaag was ik geen politie en toen had ik geen vrienden meer en toen was ik verdrietig en kom jij nu mijn poep afvegen want ik ben al klaar.’
(Onno, 3 jr 11 mnd)
17 januari 2010
‘Mama, hoe worden wij eigenlijk ouder?’
De moeder zoekt naar een passende uitleg en de zoon (3 jr 11 mnd) vraagt alweer:
‘Is dat omdat er zoveel dags voorbijgaan?’
4 januari 2010
Mijn schoonmoeder, hevige fan van het Antwerps in al zijn fraaie en minder fraaie gedaantes, vertelde aan tafel dat Onno vanmiddag een mandarinneke had gegeten.
‘Is dat zo?’ vroeg ik Onno, ‘Toch geen man-da-rin-neke zeker!’ (ik benadrukte de fout omdat ik nu eenmaal een onhebbelijk karakter heb).
Mijn schoonmoeder verbeterde zich snel: ‘Oh, moet het clementinneke zijn?’
31 december 2009
Ik vraag Onno (3 jr 10 mnd) wat hij later wil worden.
‘Mama, dat weet ik eigenlijk nog niet, maar dat moet ik nog niet weten, want dan kan ik nog dromen van welke weg ik ga gaan.’
29 december 2009
‘Onno, zullen wij vanmiddag eens naar het grote theater gaan? Wij twee samen?’
‘Ja, mama! Dat zal wel een leuke amusering worden!’